|
|
||||
|
  Wat is EcoTransIT?   Zo werkt EcoTransIT  Algemene Informatie  Invloedfactoren  Milieuimpact van het transport  Doelgroep  Vrachtvervoer en milieu  References  Projectpartners  Wetenschappelijke ondersteuningContact: info@ecotransit.org |
InvloedfactorenEr zijn meerdere factoren die het niveau van de milieueffecten bij vrachtvervoer kunnen bepalen. EcoTransIT neemt in de analyse de volgende invloedfactoren op :
Overeenkomstig deze invloedfactoren kan de gebruiker de berekening aanpassen aan zijn eigen noden. Alle mogelijke wijzigingen worden hieronder verklaard. Invloedfactoren eigen aan de transportmodiVoor vrachtvervoer is de keuze van de transportmodus de belangrijkste milieubepalende invloedfactor. Door EcoTransIT te gebruiken is het mogelijk een beoordeling te geven voor de verschillende beschikbare modi zijnde vrachtwagen, spoor, binnenscheepvaart, zeescheepvaart en luchtvaart.
Bovendien kunnen transportmodi gecombineerd worden om te voldoen aan de noden van de gebruiker. Zelfs bij individuele transportsystemen zijn er belangrijke verschillen op het vlak van de technologische ontwikkelingen van het voertuig, de transportcapaciteit en andere factoren.
In het geval van een vrachtwagen zijn de belangrijkste factoren de grootte van het voertuig ( en dus de maximale toegestane nuttige last), het benuttigen van het laadvermogen en de technische motorstandaarden voor de reductie van broeikasgassen (eurostandaarden). De tractiewijzeBij het spoorvervoer beschouwt EcoTransIT de tractiewijze als de belangrijkste milieu-effectbepalende factor. Daar waar voor elektrische tractie de milieu-impact vooral bepaald wordt door de energieproductie, is die voor de dieseltractie het grootst tijdens het eigenlijke transport van de goederen, zoals bij de vrachtwagen. Een andere factor die de milieuimpact ïn belangrijke mate beïnvloedt (per vervoerde netto-ton-km) is de belading van de goederentrein. Dit gegeven kan binnen EcoTransIT aangepast worden door uit verschillende treinlengtes te kiezen. Het transport netwerkElke transportmodus is beperkt tot zijn eigen specifieke transportnetwerk. Desalniettemin, blijkt het wegennetwerk dichter te zijn dan het spoornetwerk of het binnenvaartnetwerk. Als gevolg hiervan moet een vracht die per spoor of over het water wordt vervoerd een gedwongen omweg maken waardoor de transportafstanden toenemen en dus ook de milieuimpacten. Gescheiden transportnetwerken zijn geïntegreerd in het routesysteem van EcoTransIT voor de verschillende transportmodi waardoor het verschil in afstanden ook automatisch berekend wordt. De voertuigcapaciteitElke transportmodus heeft een maximum laadcapaciteit die gedefinieerd wordt door het maximum gewicht of door het maximum volume. Of de bepalende factor het gewicht of het volume is hangt af van het soort vracht die vervoerd wordt. EcoTransIT houdt hier eveneens rekening mee:
Wanneer zware goederen zoals steenkool of staal worden vervoerd, dan kan een uitstekend niveau van het gebruik van de voertuigcapaciteit bereikt worden op basis van het gewicht. Met als gevolg dat de specifieke milieuimpact per netto ton vervoerde goederen in de meeste gevallen lager is dan voor goederen zoals kleding en meubels. In dit laatste geval hebben de voertuigen wel hun maximale volume bereikt maar niet de gebruikscapaciteit op het vlak van gewicht. Gezien het voor bepaalde producten vaak onmogelijk is te bepalen in welke mate de capaciteit van de transportmodus zal gebruikt worden, kan er binnen EcoTransIT ook gebruik gemaakt worden van gemiddelde statistische gegevens voor de gebruikscapaciteit van het voertuig. De energieketenEnergieverbruik en emissies in vrachtvervoer komen niet alleen voor bij het eigenlijk vervoer maar evengoed in vroeger stadium bij de productie van de energie nodig voor de tractie van het voertuig. De voornaamste energiebronnen bij vrachtvervoer zijn dieselbrandstof en elektriciteit. Om de milieuimpact van de verschillende transportprocessen met verschillende energiebronnen te kunnen vergelijken dient de volledige energieketen in rekening te worden gebracht.
De energieketen van de elektriciteitsproductie omvat de ontginning en extractie van de primaire energiebronnen (steenkool, olie, gas, nucleair, etc) en het transport tot aan de elektriciteitscentrale, evenals de conversie in de centrale en de energiedistributienetwerken (transformer en kabelverliezen). De energieketen van de dieselproductie omvat de ontginning en de extractie van ruwe olie, het transport tot aan de raffinaderij, de conversie binnenin de raffinaderij en het transport naar het benzinestation. Wat betreft de emissies wordt ook onderscheid gemaakt tussen de plaatsen waar die geproduceerd worden, in geval van elektrisch aangedreven spoorvoertuigen zijn er enkel en alleen emissies tijdens de elektriciteitsproductie en niet tijdens het eigenlijke transport. Dit in tegenstelling tot de dieseltreinen waarbij het grootste gedeelte van de emissies tijdens het eigenlijke transport worden geproduceerd.
Speciale kenmerken van het international goederentransportBij de berekening van een internationaal goederentransport houdt EcoTransIT rekening met land-specifieke kenmerken. Bij het wegtransport kan de topografie van een land belangrijke verschillen in energieverbruik en emissies teweeg brengen. Hoe steiler de helling van de weg, hoe groter het brandstofverbruik. Dit is eveneens merkbaar in het geval van het spoorvervoer. De methode waarop elektriciteit wordt geproduceerd is eveneens verschillend van land tot land en van significant belang voor het spoorvervoer. In Zweden, bv, wordt door Green Cargo enkel en alleen waterkrachtenergie gebruikt als hernieuwbare energiebron. Met als gevolg dat elektrisch aangedreven spoortransport geen emissies produceert. In andere landen daarintegen, wordt een groot gedeelte van de elektrische energie geproduceerd met steenkool en fossiele brandstoffen. EcoTransIT houdt rekening met manier waarop elektriciteit geproduceerd wordt per land. |
||||
| |||||
|
|||||